Schriftelijke vragen

Ik stelde ook nog twee schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Schepenen.

1. De betaalde bijdragen voor syndicale premies en de controle daarop, en het recht van niet-gesyndiceerde personeelsleden op een premie voor juridische bijstand en advies.

Motivering.

De gemeente Nevele moet voor elk personeelslid jaarlijks een bedrag van 46,55 euro betalen aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid van Plaatselijke en Provinciale Overheden (RSZPPO). Deze dienst geeft dit geld door aan het federaal fonds bij de federale eerste minister voor het uitbetalen van syndicale premies. Met dat geld wordt elk jaar een syndicale premie uitbetaald, maar enkel aan de personeelsleden die aangesloten zijn bij één van de partijvakbonden ACV, ABVV en ACLVB.

Hoewel die betaling een wettelijke verplichting is, rijst de vraag waarom onze gemeente ook moet betalen voor niet-gesyndiceerde personeelsleden. Het zou dan ook logisch zijn de niet-gesyndiceerde personeelsleden een gelijkaardige premie te geven voor juridisch advies en bijstand.

Bovendien rijst de vraag of onze gemeente niet moet controleren of het geld wel effectief gebruikt wordt voor de uitbetaling van de premies, en of de federale ‘Commissie voor vakbondspremies’ haar taak wel naar behoren uitvoert.

Vragen.

1. Voor hoeveel ambtenaren werd in 2006 en 2007 door de gemeente Nevele een bijdrage betaald aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid van Plaatselijke en Provinciale overheden (RSZPPO), bestemd voor het federale fonds bij de eerste minister, en zo bestemd voor de uitbetaling van een syndicale premie aan de gesyndiceerde personeelsleden? Hoeveel betaalde de gemeente effectief in 2006 en 2007?

2. Heeft de gemeente informatie over de syndicalisatiegraad van haar personeel? Zo ja, op hoeveel wordt deze geschat? Zo niet, heeft de gemeente ooit een initiatief genomen om deze syndicalisatiegraad te weten te komen?

3. Aan hoeveel personeelsleden van onze gemeente is in de jaren 2006 en 2007 via het federaal fonds bij de eerste minister en via de uitbetalingsinstellingen van de vakbonden effectief een syndicale premie uitbetaald? Heeft de gemeente dit gecontroleerd? Zo neen, is het geen beginsel van behoorlijk bestuur om dit te controleren, daar het hoe dan ook om gemeentelijk geld gaat?

4. Zal de gemeente deze gegevens alsnog opvragen voor 2006 en 2007 bij het federaal Fonds voor de syndicale premies, verbonden aan de federale eerste minister?

5. Indien zou blijken, zoals te verwachten is, dat niet al het personeel van de gemeente Nevele gesyndiceerd is, zou het dan niet rechtvaardig zijn met het resterende geld aan alle niet-gesyndiceerde personeelsleden een premie voor juridische bijstand en advies uit te betalen van minstens 46,55 euro per jaar? Zal de gemeente aandringen bij de federale regering om de wet in die zin te wijzigen?

6. Onze gemeente moet de gegevens over de aanvraagformulieren voor een syndicale premie die zij toezendt aan haar personeelseden, ter beschikking houden van de ‘Commissie voor de vakbondspremies’. Hoeveel keer heeft de federale Commissie voor de vakbondspremies in de afgelopen 5 jaar deze gegevens bij onze gemeente daadwerkelijk opgevraagd?

 

2. Paaltje aan de hoek van de kerk in Hansbeke (Kerkakkerstraat).

Motivering.

Aan de hoek van de kerk in Hansbeke (Kerkakkerstraat) werd een verkeerspaaltje geplaatst, om te vermijden dat men tegen de muur van de kerk zou rijden. Deze doorgang is immers zeer smal. Maar net door het plaatsen van dit verkeerspaaltje is de doorgang nog minstens 10 cm smaller geworden, waardoor het nu bijna volledig onmogelijk is geworden om met de auto van de Kerkakkerstraat naar de Melkerijstraat te rijden. Deze doorgang blijft nochtans nodig vanwege de aangelanden en de handelszaak (kapsalon) dat daar gevestigd is.

Vraag.

Is er geen andere mogelijkheid om te vermijden dat men tegen de muur van de kerk rijdt?

Kerkakkerstraat 1

Kerkakkerstraat 2

Kerkakkerstraat 3

Kerkakkerstraat 5